Wat zegt de Wet verbetering Poortwachter over het Tweede spoor?

Wet Verbetering Poortwachter

De Wet verbetering poortwachter (WvP) regelt in Nederland wat werkgevers en werknemers moeten doen bij langdurig ziekteverzuim. Deze wet bepaalt niet alleen de stappen die je moet zetten, maar ook wanneer en hoe het tweede spoor traject moet worden gestart. In deze blog leggen we uit wat de wet precies inhoudt, welke verplichtingen er zijn en hoe je voorkomt dat je in de knel komt met het UWV.

Wat is de Wet verbetering poortwachter?

De Wet verbetering poortwachter bestaat sinds 2002 en heeft als doel om langdurig ziekteverzuim te verkorten. Werkgevers en werknemers zijn volgens deze wet verplicht om samen actief aan re-integratie te werken. Dat begint al in de eerste weken van het verzuim en loopt door tot het moment waarop iemand (deels) hersteld is of in de WIA terechtkomt.

De wet geeft duidelijke tijdslijnen en verantwoordelijkheden aan, waaronder:

  • het opstellen van een probleemanalyse (door de bedrijfsarts)
  • het maken en regelmatig bijstellen van een plan van aanpak
  • het uitvoeren van een eerstejaarsevaluatie
  • en indien nodig: het starten van een tweede spoor traject

Wanneer verplicht de wet het tweede spoor traject?

De WvP schrijft voor dat een werkgever uiterlijk bij de eerstejaarsevaluatie moet beoordelen of terugkeer naar het eigen werk nog realistisch is. Is dat niet zo, dan moet binnen zes weken een tweede spoor traject worden gestart. Daarbij is de beoordeling van de bedrijfsarts leidend. Deze bepaalt of er sprake is van een realistisch herstelperspectief.

Volgens de Werkwijzer Poortwachter van het UWV geldt:

  • Kan de werknemer binnen drie maanden niet terugkeren in eigen of aangepast werk?
  • Dan is de werkgever verplicht om tweede spoor te starten, tenzij zwaarwegende medische redenen dit verhinderen.

Wat als je te laat bent met tweede spoor?

Start je het tweede spoor te laat of wordt het niet goed uitgevoerd? Dan kan het UWV bij beoordeling van het re-integratieverslag een loonsanctie opleggen. Dit betekent dat je als werkgever maximaal 52 weken langer loon moet doorbetalen.

Ook kan het ontbreken van een goede onderbouwing (bijvoorbeeld geen actueel oordeel van de bedrijfsarts of geen plan van aanpak) leiden tot sancties.

Wat zijn de verantwoordelijkheden van werkgever en werknemer?

De WvP verplicht beide partijen tot actieve samenwerking. Concreet betekent dit:

Voor werkgevers:

  • Tijdig schakelen met bedrijfsarts en arbodienst
  • Documentatie op orde houden (re-integratiedossier)
  • Passend werk aanbieden of starten met tweede spoor

Voor werknemers:

  • Meewerken aan het re-integratieproces
  • Open communiceren over belastbaarheid en herstel
  • Eventueel ondersteuning vragen van een loopbaancoach of arbeidsdeskundige

Belang van goede begeleiding

Omdat de WvP juridisch bindend is, maar ook impact heeft op herstel, is goede begeleiding essentieel. Bij Samen Telt zorgen we dat:

  • De stappen juridisch kloppen én menselijk aanvoelen
  • Het tweede spoor traject afgestemd is op jouw situatie
  • We als brug functioneren tussen werknemer, werkgever en externe partijen

Meer weten over de wet en jouw situatie?

Wil je zeker weten of jouw re-integratie goed verloopt volgens de WvP? Of twijfel je of tweede spoor terecht wordt ingezet? Bekijk dan onze hoofdpagina over tweede spoor trajecten. Daar vind je ook een gratis gids met een helder overzicht van je rechten en plichten binnen het tweede spoor volgens de wet. Of neem meteen vrijblijvend contact met ons op.

Neem contact op

Contact opnemen?

We zijn blij dat je contact met ons wilt opnemen. Laat ons weten waar we je mee kunnen helpen of waar je interesse naar uitgaat. Vul het contact formulier in en we zullen zo snel mogelijk reageren.

Of neem contact op via 0228 – 745 226